Posts tonen met het label pulpman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pulpman. Alle posts tonen

zaterdag 30 juni 2012

keuze

Swarte

Swarte 
De jury van de Marten Toonderprijs besloot de prijs toe te kennen aan Joost Swarte. Omdat het hier om een stripprijs gaat lijkt mij dit een bizarre keuze: Swarte maakt zo goed als geen strips.
Ger Apeldoorn schrijft in de Eppo: "Strips maakt hij bijna niet meer, maar laten we eerlijk zijn, alleen al voor het bedenken van de term De Klare Lijn heeft hij hem meer dan verdiend."
Huh? Waarom zou iemand een prijs verdienen voor het bedenken van een term? De toevoeging 'laten we eerlijk zijn' begrijp ik ook niet. De prijs niet toekennen vanwege stripkwaliteiten maar vanwege een taalvondst lijkt mij juist ontzettend oneerlijk. Het is alsof de jury tegen alle stripliefhebbers wil zeggen: Tuurlijk verdient die Swarte de prijs niet, maar eh.... dikke vinger.

maandag 28 mei 2012

uitje

Volgend weekend is de stripbeurs in Haarlem. Als striptekenaar leid ik over het algemeen een solitair bestaan, en dat past wel bij me. Maar ik vind het heel aangenaam om een paar keer per jaar mijn tekenhok te verlaten voor een beurs, mijn uitjes.
Bij de Eppo stand zit ik graag naast Dick Heins. Een hele prettige collega, ook omdat hij vanaf 10 uur 's ochtends met donderende stem de vrolijke sfeer erin weet te tetteren. Als ik naast hem zit valt het misschien niet zo op dat ik asociaal stil ben.



Bij uitgeverij Xtra valt ook veel te genieten: Hallie Lama heeft een nieuwe bundel, Frits Jonker komt met een hele doos met bijzondere spullen, er verschijnt een nieuwe Pulpman, nummer 14, en de bundeling van een verhaal uit Pulpman: De schuilplaats. En vast nog wel meer, maar daar kan ik nu even niet opkomen.

woensdag 25 april 2012

onecht






Francis Bacon
Halverwege de middelbare schooltijd wilde ik striptekenaar worden, later verschoof mijn interesse. Ik deed toelatingsexamen op de kunstacademie om schilder te worden, mijn grote held was de Engelse schilder Francis Bacon (1909-1992). De rauwheid, de grofheid, de deformatie, alles vond ik prachtig. Maar zelf schilderde ik niet zo.
Een keer heb ik een tekening van mijn zwager gemaakt en die heb ik in 4 verschillende stadia gedeformeerd geschilderd, een beetje als Bacon. De leraar schilderen was enthousiast, maar zelf was ik er niet blij mee. 
Ik merkte dat ik ermee kon scoren, maar het voelde onecht. Terwijl ik het bij Bacon nooit als onecht ervaren had. Ik ben weer gaan striptekenen.

zaterdag 14 april 2012

Crumb

Iemand vertelde me dat Crumb dood was. Ik keek daar wel van op, dat had ik toch moeten weten. "Bedoel je niet Giraud?" vroeg ik want dat hij dood was wist ik. "Nee, Crumb." Thuis op internet gekeken, maar er werd geen nieuw sterfgeval gemeld.

Het zou ook wel bizar zijn, twee van mijn meest favoriete striptekenaars bijna gelijktijdig overleden. Toen ik een paar jaar geleden voor een blad een geliefde tekening moest aanprijzen koos ik een tekening van Crumb. Welke dat was weet ik niet meer, ik vind ze allemaal geweldig.

Het laatste werk van Crumb is bij mijn weten de verstripping van de bijbel. Niks mis mee, maar ik hoop dat hij ook nog iets leuks maakt, voor het echt te laat is.

woensdag 11 april 2012

Spinneman tegen Gantz




Ik had beloofd Spiderman te lezen, waarbij vooral de empathie met de hoofdpersonen een aandachtspunt zou zijn. Het verhaal heeft me niet gegrepen, . Een supercrimineel wil trouwen met een oud lijk, de tante van Spinneman, omdat zij eigenares is van een eiland met een kweekreactor erop. En waarom wil die vent die atoomfabriek? Omdat hij gek is. Zal wel.
Ook heeft Spinneman een getroebleerde relatie met meisjes, maar wat hij nou eigenlijk wil, of wat die meisjes willen, werd mij niet duidelijk. Als Gwen, Peters vriendin, hem zoent reageert hij niet en raken ze allebei gefrustreerd. Waarom? Hij weet het niet. Hij zegt: 'Misschien is de wereld wel gek...' Zal wel, denk ik dan weer.



Ik lees de Japanse strip Gantz (van rechts naar links), ook een verhaal over een middelbare scholier die tegen monsters moet vechten in een raar pak. Ook hij heeft een moeilijke relatie met meisjes, maar hun reacties zijn voor mij volkomen begrijpelijk. De hoofdpersoon, Kei, wil van zijn maagdelijkheid af. Als hij  geneukt heeft vraagt het meisje waarom hij dat met haar wilde doen. Hij antwoord: omdat je het toeliet. Zo'n antwoord doet mij verder lezen. 

zaterdag 7 april 2012

doel




Diverse keren hebben collega striptekenaars en andere kenners mij gevraagd wat ik nou eigenlijk in die Japanse strips zie, want ze zijn toch slecht en clichématig getekend. Zal best.
Deze week trok ik 'Sanctuary' uit de kast, een manga uit de jaren negentig. Ruim 2000 pagina's, een strip over twee Japanse jongens die de killing fields in Cambodja hebben meegemaakt en die proberen via misdaad en politiek de macht in handen te krijgen om een betere samenleving te maken.
Het lukt me niet om slechts een paar pagina's te bekijken, ik raak toch weer gefascineerd en ga het verhaal opnieuw lezen, tot diep in de nacht. Dat effect, dat sommige Japanse strips op mij hebben, is voor mij als stripmaker het ultieme doel.

maandag 2 april 2012

empathie



Hellboy, The storm
Volgens reageerder Matthijs zijn Amerikaanse comics moeilijk te lezen omdat de tekenaars door de kaders breken. Ik denk dat er nog een ander probleem speelt: de comics die ik ken gaan meer over situaties dan over mensen. Bijvoorbeeld een stripserie die ik een tijdje gevolgd heb en die wel binnen de lijntjes blijft: Hellboy. 
Het verhaal is een aaneenschakeling van gebeurtenissen, maar ik leef nergens met de hoofdpersoon mee. Telkens duikt er weer een nieuwe god of een monster op, alles en iedereen is betoverd en wordt na paginalange, spectaculaire gevechten door Hellboy verslagen. Zal wel. Hellboy krijgt een gigantische speer door zijn donder. Oh, zegt Hellboy, niets aan de hand.  Geen pijn, geen drama, geen inleving of empathie.
Voor mij is empathie het belangrijkste in een verhaal. Als mijn heldin lastig gevallen wordt, wel of niet binnen de kaders, dan wil ik dat het de lezer raakt.

zondag 1 april 2012

zuur

Terwijl ik bezig ben met het doorbreken van de kaders van mijn stripplaatjes borrelt het maagzuur omhoog. Wrijven helpt niet, rennies waarschijnlijk ook niet.
Ik moet steeds denken aan de slogan van een bedrijfje: we will break through the barriers for you, of zoiets. Het was denk ik mijn eerste opdrachtgever toen ik van de Rietveld kwam, samen met illustrator Ruud Bruijn maakte ik ansicht kaarten die ook puzzels waren. Het bedrijf was opgericht door een vrouw die nergens wat van wist, maar dat konden wij als beginnende illustratoren niet beoordelen. Omdat de verkoop van de kaarten tegen viel weigerde ze ons te betalen. Ik weet dat we bij een advocaat geweest zijn, of we ons geld nog gekregen hebben kan ik me niet meer herinneren.  Sindsdien ligt het doorbreken van kaders bij mij moeilijk.

zaterdag 31 maart 2012

probeersels

Matt Baker

Matt Baker 
De verhalen voor Pulpman gebruik ik soms voor probeerseltjes, die ik dan weer eventueel later in ander werk kan toepassen.
Al jaren heb ik moeite met de kaders om de stripplaatjes. Ik vind die lijnen de strippagina's strak en saai maken, maar als ik ze doorbreek heb ik het gevoel dat ik de leesbaarheid verminder. In mijn nieuwste Pulpman strip ga ik toch maar weer eens flink door de kaders heen. Ik probeer het zelfs te overdrijven, kijken waar dat me brengt.
Die beeldexperimenten zijn uiteraard niets nieuws, al in de jaren 40 doorbrak Matt Baker (December 10, 1921 – August 11, 1959) alle kaders die hij kon vinden, of hij zette ze scheef, of hij maakte ze gebogen. In zijn latere werk deed hij het minder. Misschien waren het voor hem ook probeerseltjes, en bevielen ze toch niet zo.

woensdag 28 maart 2012

strikvraag

De uitgever keek mij verbaasd aan: "Heb ik gezegd dat ik me te oud voel om een blad met een nietje te maken? Daar kan ik me niets van herinneren.Weet je dat echt zeker?"
Ik knikte.
"Oké," zei hij,"dan gaan we dat blad maken. Welke stripmakers gaan er allemaal aan meewerken?"
"Eh....," zei ik,"eh.... wacht even... eh..."

dinsdag 27 maart 2012

niet

Laatst kocht ik een Spaans stripblad uit het begin van de jaren zeventig. De naam was pakkend, Hunter, en op het omslag stond een cowboy op een paard. Alles was goed aan het blad: zwart wit, pulppapier, nietje in het midden, een stripblad naar mijn hart.
Blueberry

Jonathan Cartland

Er stonden wat Spaanse strips in en twee Franse westerns: Blueberry en Jonathan Gartland. De tekenaar van Gartland, Blanc-Dumont, tekent tegenwoordig Blueberry, maar het tekenwerk in Hunter vind ik er veel beter uitzien.
Misschien komt dat door het blad en lijken de strips in zo'n uitgave wel beter. Waarom worden dit soort bladen niet meer gemaakt? Ik stelde het een uitgever voor maar hij was niet enthousiast: "Ik ben te oud om nog een stripblad met een nietje te maken." Vreemd. De relatie tussen leeftijd en nietjes zag ik niet.

zaterdag 24 maart 2012

beperkt palet

Frans Hals
In een boek over Frans Hals (Antwerpen, ca. 1583 - Haarlem, augustus 1666) las ik dat hij de laatste 20 jaar van zijn leven nog maar met 4 verschillende pigmenten schilderde: zwart, wit, gele oker en Venetiaans rood. Ik vraag me af of dit een oppervlakkige inschatting is of een uitkomst van chemisch onderzoek.
In ieder geval zag ik hier voor mezelf een uitdaging. Ik heb natuurlijk niet dezelfde pigmenten tot mijn beschikking als Hals: tot de twintigste eeuw werd er alleen loodwit gebruikt, en dat is tegenwoordig verboden omdat het zo giftig is. Dus gebruik ik titaanwit.
Ventiaans rood heb ik niet, maar cadmium rood is ook behoorlijk rood. Met die 4 kleuren heb ik mijn nieuwste Pulpman omslag geschilderd. Hartstikke leuk om te doen, maar ik zie me dit beperkte palet niet 20 jaar volhouden. Volgende keer weer wat andere kleurtjes erbij.

zaterdag 17 maart 2012

waardeloze hulp

Andrew Loomis
Iemand vroeg me waar ik had leren tekenen, hij wilde zelf ook striptekenaar worden. "Kunstacademie" antwoordde ik, "Rietveld." Maar daar had hij niets aan, hij had een volledige baan. Of ik geen goede studieboeken kende.  "Zeker," zei ik, "de tekenboeken van Andrew Loomis zijn weer opnieuw uitgegeven."
Andrew Loomis
Loomis was een Amerikaanse illustrator die in de jaren 40 een aantal instructieboeken gemaakt heeft die echt geweldig zijn. Maar die kende hij al, en daar had hij niks aan.
Andrew Loomis
"Ga modeltekenen," adviseerde ik, "dat is de beste leerschool voor het tekenen van strippoppetjes."
Er was bij hem in de buurt geen modeltekenclub. "Teken je familieleden als ze een tijdje stil zitten, bijvoorbeeld als ze televisie kijken," zei ik. Hij keek me aan of ik gek geworden was, teleurgesteld liep hij weer door. Aan mij had hij ook niks.

maandag 5 maart 2012

hoofdpijn

Arzak van Moebius
Arzak van Moebius
In het fantasy verhaal waar ik aan werk komt een moebius mannetje voor. Dat had ik eerst helemaal niet in de gaten. Ik wilde een priesterachtige figuur bedenken, en tekende een wat ouder mannetje met een puntmuts en een lange cape. Dergelijke druïdeachtige figuren komen ook in andere strips voor, bijvoorbeeld in Eric de Noorman van Kresse. Maar mijn mannetje leek wel erg op Arzak. Dat was onbedoeld en dus heel irritant, van zulke gebeurtenissen kan ik hoofdpijn krijgen. Gelukkig is er altijd nog Pulpman om aan dergelijke wantoestanden een einde te maken.
Ik kan weer rustig door met het fantasy verhaal: de kop is eraf.

zaterdag 3 maart 2012

goede voornemens

Pulpman 13 is af. U kunt stoppen met het zenden van chagrijnige mails, het nummer is verstuurd, of dat gebeurt heel binnenkort. Eigenlijk is dit het december nummer. Het was al vrij snel twijfelachtig of we de Sint wel zouden halen, maar de Kerst en Nieuwjaar toch zeker. En omdat het Nieuwjaar was, hebben we goede voornemens genomen: we gaan het tempo opkrikken.
Mijn strippagina's voor nummer 14 zijn ook zo ongeveer klaar, en aan het omslag ben ik al begonnen. Sterker nog, er wordt al gewerkt aan nummer 15. En nagedacht over nummer 16.  Het bijzondere van deze goede voornemens is dat we ze ook gaan uitvoeren. Althans, dat is de bedoeling.